ECDL België
Don Bosco werken
én leren
is ook een erkend testcentrum voor ECDL
Don Bosco Wilrijk website

Modules

Om een Europees Computer Rijbewijs te verkrijgen, moet je slagen voor zeven modules

Module 1: Basisbegrippen van Informatietechnologie (IT)

Module 2: De computer gebruiken en bestanden beheren

Module 3: Tekstverwerking

Module 4: Spreadsheets

Module 5: Databases

Module 6: Presentaties

Module 7: Informatie en communicatie

Wie slaagt voor 4 van de 7 modules kan een Startbewijs aanvragen

Welke kennis en vaardigheden juist getest worden, staat beschreven in syllabus 5. Die kan je downloaden bij ECDL België

 

1. Basisbegrippen van Informatietechnologie (IT)  

verwacht dat de kandidaat begrip heeft van enkele van de voornaamste basisbegrippen van IT op een algemeen niveau.
Van de kandidaat wordt kennis verwacht van de opbouw van de PC, zowel van de hardware als van de software en van enkele van de basisbegrippen van informatietechnologie (IT) zoals gegevensopslag en geheugen.
De kandidaat dient tevens te begrijpen hoe informatienetwerken worden gebruikt in de computerwereld en op de hoogte te zijn van het nut van toepassingen van computersoftware in het dagelijks leven.
De kandidaat dient de gezondheids- en veiligheidsaspecten evenals enkele milieufactoren met betrekking tot het gebruik van computers te kennen.
De kandidaat dient op de hoogte te zijn van enkele van de voornaamste aspecten van beveiliging en wetgeving die samenhangen met het gebruik van computers.

2. De computer gebruiken en bestanden beheren

vereist van de kandidaat kennis en bekwaamheden in het gebruik van de basisfuncties van een PC en het besturingssysteem ervan.
De kandidaat dient in staat te zijn om de voornaamste basisinstellingen aan te passen, de ingebouwde helpfuncties te gebruiken en om te gaan met een niet reagerende toepassing. Hij of zij dient in staat te zijn effectief om te gaan met het bureaublad en met pictogrammen en vensters te werken.
De kandidaat dient bestanden en mappen te kunnen beheren en organiseren en te weten hoe deze kunnen worden gekopieerd, verplaatst en gewist èn hoe bestanden kunnen worden ingepakt en uitgepakt.
De kandidaat dient tevens te begrijpen wat een computervirus is en een antivirus programma te kunnen gebruiken.
De kandidaat dient aan te tonen dat hij/zij eenvoudige opdrachten voor tekstverwerking en mogelijkheden voor afdrukbeheer, die binnen het besturingssysteem beschikbaar zijn, kan gebruiken.

3. Tekstverwerking

verwacht van de kandidaat dat hij aantoont dat hij een tekstverwerkingstoepassing op een computer kan gebruiken.
De kandidaat dient dagelijkse taken uit te kunnen voeren die samenhangen met het maken, opmaken en afwerken van kleine tekstverwerkingsdocumenten, zodat ze gereed zijn voor verspreiding. Hij of zij dient tevens tekst binnen en tussen documenten te kunnen kopiëren en verplaatsen.
De kandidaat dient aan te tonen bekwaam te zijn in het gebruik van enkele van de functies die samenhangen met tekstverwerkingstoepassingen te weten het maken van standaard tabellen, het gebruik van illustraties en figuren2 binnen een document èn het gebruik van samenvoegfuncties.

4. Spreadsheets

verwacht dat de kandidaat de basisbegrippen begrijpt van spreadsheets en dat hij aantoont in staat te zijn een
spreadsheetprogramma op een computer te gebruiken.
De kandidaat dient te begrijpen en in staat te zijn om taken uit te voeren die samenhangen met het ontwikkelen, opmaken, aanpassen en gebruiken van een spreadsheet van beperkte omvang, en die klaar te maken voor verspreiding. Hij of zij dient tevens eenvoudige wiskundige en logische bewerkingen te kunnen maken, waarbij gebruik gemaakt wordt van eenvoudige functies en formules.
De kandidaat dient zijn bekwaamheid aan te tonen in het maken en opmaken van grafieken.

5. Databases

verwacht van de kandidaat dat hij enkele van de voornaamste basisbegrippen van databases begrijpt en aantoont in staat
te zijn om een database op een computer te gebruiken.
De kandidaat dient tabellen, queries, formulieren en rapporten te kunnen maken en wijzigen, en uitvoer voor te bereiden zodat zij klaar zijn voor verspreiding.
De kandidaat dient tabellen te kunnen lezen en informatie uit een database te kunnen halen en manipuleren met zoek- en sorteerfuncties die beschikbaar zijn in het pakket.

6. Presentaties

verwacht dat de kandidaat bekwaamheid aantoont in het gebruik van presentatiehulpmiddelen op een computer.
De kandidaat dient taken te kunnen uitvoeren zoals maken, opmaken, wijzigen en het voorbereiden van presentaties
met verschillende dialay-outs voor vertonen en uitgeprint verspreiden. Hij of zij dient tevens in staat te zijn om tekst, plaatjes, afbeeldingen en grafieken binnen de presentatie en tussen presentaties te kopiëren en te verplaatsen.
De kandidaat dient aan te tonen dat hij algemene handelingen kan uitvoeren met afbeeldingen, grafieken en getekende
objecten en dat hij verscheidene effecten in diavoorstellingen kan toepassen.

7. Informatie en Communicatie

is verdeeld in twee hoofdstukken. Het eerste deel, Informatie, verwacht van de kandidaat dat hij enkele van de begrippen begrijpt die samenhangen met het gebruik van het Internet en dat hij enkele van de veiligheidsoverwegingen kent.
De kandidaat dient tevens algemene zoektaken uit te kunnen voeren met een Webbrowser en beschikbare zoekmachines. Hij of zij moet Websites aan de lijst van favorieten toe kunnen voegen en Webpagina's en zoekresultaten uit kunnen printen.
De kandidaat moet kunnen navigeren binnen formulieren op een website en deze kunnen invullen.
In het tweede deel, Communicatie, wordt van de kandidaat verwacht dat hij enkele van de begrippen van elektronische post (e-mail) begrijpt en tevens besef heeft van enkele van de veiligheidsoverwegingen die samenhangen met het gebruik van e-mail. De kandidaat dient tevens aan te tonen in staat te zijn om e-mail software te gebruiken voor het verzenden en ontvangen van berichten en om bestanden bij emailberichten te voegen. De kandidaat dient binnen e-mail software berichtenmappen te kunnen organiseren en beheren.